Laura

Laura 1905 - 1974

Kaart concessie Laura mijn

Productiegegevens : 31.885.000 ton

p 14 januari 1873 werd door de heren A.H. Wackers uit Herzogenrath (D) en G.A. Schummer uit Kohlscheid (D) de concessie Laura aangevraagd. De grootte ervan was 1489 ha en 20 are, gelegen in de gemeenten Eygelshoven, Heerlen, Kerkrade, Nieuwenhagen en Schaesberg. Op 18 juli van dat jaar werd de concessie Vereeniging aangevraagd door het Vereinigungsgesellschaftfür Steinkohlenbergbau im Wurmdistrict te Kohlscheid (D). Ze was 1400 ha groot, gelegen in de gemeenten Kerkrade,Eygelshoven, Rimburg, Ubach-over-Worms, Nieuwenhagen, Schaesberg en Heerlen. Deze concessie kwam in het mede bezit van de Eschweiler Bergwerkverein te Eschweiler (D). Beide maatschappijen samen verwierven in 1888 de concessie Laura. In 1899 werden beide mijnvelden eigendom van de toen gestichte Belgische "Société Anonyme des Charbonnages Réunis Laura et Vereeniging".

In 1900 werd begonnen met het afdiepen van de schachten van de mijn Laura. In 1905 kwam deze mijn in bedrijf. Vanaf 1907 was er een regelmatige productie van steenkool. Omdat een grote storing, de Feldbiss, midden door de concessie liep, werd besloten tot de aanleg van een nieuwe mijnzetel. Ze werd Julia genoemd, naar de echtgenote van de stichter.In 1921/22 werd er begonnen met het afdiepen van de schachten. In 1928/29 kwam deze mijn in regelmatig bedrijf. In 1923 werd 291 ha terrein afgestaan aan de concessie Vereeniging (KB van 2 juni, Stbl. No 102). Ook kwam bij deze wet een grenswijziging tot stand tussen de concessies Vereeniging en Laura. Omstreeks 1950 verscheen de eerste kolenploeg in de pijler. De mechanisatie van de koolwinning ging vanaf toen met sprongen vooruit.

Uit de concessies Laura & Vereeniging kwamen geen cokeskolen.De mijn Laura produceerde antraciet; de mijn Julia produceerde mager- en esskolen. Laura-antraciet bevatte minder dan 10% vluchtige stoffen en verbrandde met een korte blauwe en roetvrije vlam. Julia mager bevatte 11% tot 12% vluchtige stoffen en Julia ess varieerde van 12% tot 14%. De jaarproductie van beide mijnen bedroeg ca 1,3 miljoen ton. De kolen werden naar afmeting gesorteerd in stukkolen, noten 0 tot 5 en fijnkolen. Een deel van de fijnkolen, ca 250.000 ton per jaar, werd verwerkt tot eierkolen.

In 1968 werd de Laura geïntegreerd met de Julia. Beide mijnen werden in 1974 gesloten De concessie Julia had bij de sluiting een oppervlakte van 900 ha.

 

 

 

 

(Rechts)De locatie van schacht I van de Laura mijn

De schachten

De mijn Laura had twee schachten:

  • SchachtI = schacht Wilhelmina maaiveld ca + 115,65 m A.P.
  • SchachtII = schacht Hendrik maaiveld ca + 115,65 m A.P.

De Laura had acht verdiepingen:

  • 120m verd. -4,00 m. A.P.
  • 128m verd. -12,10 m. A.P.
  • 153m verd. -35,00 m. A.P.
  • 183m verd. -66,60 m. A.P.
  • 274m verd. -157,30 m. A.P.
  • 378m verd. -259,70 m. A.P.
  • 550m verd. -432,00 m. A.P.
  • 680m verd. -562,00 m. A.P.

Messingplaatje op mijnlamp afkomstig van de Laura

Schachtdieptes van de mijn Laura

Brikettenpersen eierkolen

Eierkolen- Briketten

Ook de mijn Laura produceerde eierkolen. Kenmerkend waren de letters"L & V" op de kleine eierkooltjes. (Zie foto hierboven) Hierdoor kregen de in Limburg geproduceerde eierkolen, ieder hun eigen identiteit. "L & V" voorde mijnen Laura en Julia (Laura en Vereeniging), "W & S" voor de mijn Willem-Sophia, "T"(Terwinselen) voor de staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen en"O & N" voor de eierkolen van de Oranje-Nassau mijnen.

De grote 3-kilo industriebriket hiernaast (rechts) is een exemplaar uit de brikettenfabriek van de Staatsmijn Wilhelmina. Qua grootte en gewicht vergelijkbaar met de exemplaren uit de brikettenfabriek van de mijn Laura.

Industrielebriket, Sm. Wilhelmina (Foto: Ron Slangen)

SchachtI (Schacht Wilhelmina)

Aan de firma Gebhard und König te Nordhausen in Duitsland werd het afdiepen van de Laura-schachten opgedragen. De aanneemsom bedroeg voor schacht I, 177.000 mark en voor schacht II, 160.000mark. De schachten die volgens de bevriesmethode zouden worden afgediept kregen een middellijn van 4,50 meter. Vóór het eigenlijke afdiepen werd eerst een voorschacht uitgediept met een doorsnede van 9 meter en een diepte tot aan de grondwaterspiegel van ongeveer 8,50 meter.

Op 3 augustus 1900 kon met de boorwerkzaamheden worden begonnen. Op de bodem van de voorschacht werden ringvormig 24 boorgaten aangebracht tot op een diepte van ± 100 meter waar men op vast gesteente stootte. In deze boorgaten, 90 cm van elkaar en een cirkel vormend van 7,30 meter middellijn werden vriesbuizen neergelaten tot in het vaste gesteente. Door middel van een zogenaamde refrigirator (ijsmachine) werd een chloormagnesiumloog geproduceerd met een temperatuur van -20°C. Dit loog werd in de vriesbuizen gepompt waardoor na drie maanden vriezen een kokervormige vriesmuur ontstond met een zachte kern van circa2,50 meter diameter.

Schacht I (Schacht Wilhelmina)

Schacht I (Schacht Wilhelmina)

Het behoeft geen betoog dat alle boorgaten exact loodrecht moesten staan, daar anders de vriesmuur de druk van buiten niet zou kunnen weerstaan. Drie maanden later, op 29 april 1901 kon met het afdiepen worden begonnen. Dit geschiedde niet alleen met hakken, hamers, beitels en schoppen maar ook al met behulp van persluchthamers. De afvoer van de losgemaakte grond en stenen vond plaats met een zogenaamde afdiepton. Deze diende ook als personenlift, die aan drie personen plaats bood. Tegelijk met het afdiepen werd de schachtwand bekleed met gietijzeren ringen, welke in segmenten werden aangevoerd. Deze zogenaamde cuvelageringen waren 1,50 m hoog en werden onderling verbonden d.m.v. bouten. Na drie maanden afdiepen werd op 99 meter diepte het carboongesteente bereikt en werd een kolenlaag van 80cm dikte aangetroffen. Tot dan toe had men geen noemenswaardige moeilijkheden ondervonden. (Foto's: De Mijnlamp- Laurascoop)

SchachtII (Schacht Hendrik)

In 1902, twee jaar na het begin van de werkzaamheden aan schacht I, werd een aanvang gemaakt met de aanleg van schacht II op 70 meter afstand oostelijk van schacht I. Nog in diezelfde maand kwam de voorschacht gereed. Schacht II zou eenzelfde diameter als schacht I krijgen en werd eveneens door het dekterrein afgediept volgens de bevriesmethode. De werkzaamheden verliepen in het begin zeer voorspoedig, later volgde ook hier een niet aflatende strijd tegen het mijnwater, waardoor het werk aanzienlijk werd vertraagd. In maart 1905 moesten de werkzaamheden op 130 meter diepte worden gestaakt. Men besloot om de resterende 50 meter, die de schacht nog verwijderd was van de aan te leggen 183 meter verdieping, van beneden naar boven door te breken. Hiervoor werd op 180 meter diepte een verbindingssteengang vanuit schacht I gedreven. In verband met de ontginning op grotere diepte werd in 1935 schacht II omgebouwd, waarbij de oude trommelophaalinstallatie werd vervangen door een Koepemachine. Deze werd loodrecht boven de schacht geplaatst in een nieuwe stalen schachttoren, die de kleine, uit 1909 stammende schachtbok verving. Op 19 juli 1935 verrichtte de oude ophaalmachine II de laatste trek. De nieuwe ophaalinstallatie van schacht II, ook wel schacht Hendrik genaamd, heeft sindsdien het beeld van de mijn Laura bepaald.

SchachtII (Schacht Hendrik)

SchachtII (Schacht Hendrik) met ophaalmachine bovenin geplaatst

Ophaalmachine van schacht Hendrik 1920 in het naastgelegen ophaalgebouw (Foto's: DSM)

 

Van deze ophaalmachine van schacht Wilhelmina, van vóór de modernisering, zijn momenteel geen foto's bekend. Mochten er toch foto's van bestaan en bent u in het bezit hiervan, houden we ons graag aanbevolen deze te mogen plaatsen.

Alvast hartelijk dank!

Team De Mijnstreek.

 

Ophaalmachine van schacht Hendrik 1939 die na de modernisering van de mijn, bovenop de schachtbok is geplaatst.

Ophaalmachine van schacht Wilhelmina 1950 die na de modernisering van de mijn, bovenop de schachtbok is geplaatst.

Dit werk was begin mei voltooid. Nadat nauwkeurig de plaats van de as van schacht II was bepaald, werd, van onder naar boven, een schacht je met een middellijn van 1,30 meter aangelegd. Na enkele maanden werd de bodem van schacht II bereikt. Het water dat zich eerder in schacht II had verzameld kon via deze verbinding naar schacht I worden afgevoerd en daar naar boven worden gepompt. Vervolgens kon dit schachtgedeelte, nu weer van boven naar beneden, worden verbreed tot de normale diameter.

Op 3 oktober 1905 werden de bouwers van de Laura door een zware ramp getroffen. Terwijl metselaars op 130 meter diepte bezig waren met het bemetselen van de schacht II bemerkten zij bij het hoger leggen van de werkvloer, dat zich onder hen in het gedeelte van de schacht tussen 130 en 160 meter, ten gevolge van het verstoppen van een rooster, een aanzienlijke watermassa had verzameld. Dit water vormde een grote bedreiging voor de werkers op de 183 meter verdieping. Terwijl men voorzieningen trof om dit water te verwijderen bezweek het rooster plotseling. Door het geweld waarmee het water door de schacht naar beneden stortte werden drie werkers op slag gedood, terwijl twee anderen ernstig gewond werden. De overigen konden zich door haastige vlucht ternauwernood redden.

De watertoevloeden waren zo groot dat de pompen buiten bedrijf moesten worden gesteld. De mijn liep geheel onder water tot aan de grondwaterspiegel.

Affiche (Foto: Continium)

Voor het droogleggen werd gebruik gemaakt van een nieuwe hangende elektrische hogedruk-centrifugaalpomp met een kapaciteit van 8 m3 water per minuut. Speciale voorzieningen moesten worden getroffen om deze 35.000 kg wegende pomp in de schacht op en neer te kunnen laten. Einde 1905 waren de voorbereidingen zover gevorderd dat men met leegpompen kon beginnen.

Einde februari 1906 was ook dat karwei geklaard. Met voldoening stelde men vast dat het water nauwelijks schade had aangericht noch aan schachten noch aan ondergrondse werken. In het gehele land volgde men met grote belangstelling de ontwikkeling van de mijnbouw in Zuid-Limburg. Niet in de laatste plaats vanwege de grote economische waarde voor de gehele natie. In dit licht kan ook het bezoek van Prins Hendrik worden gezien die in juni 1903 het afdiepen kwam bezichtigen. Schacht II droeg dan ook vanaf die tijd de naam van de prins. Schacht Hendrik kwam in 1906 gereed tot op een diepte van 185 meter.

50-jarigjubileum (25-06-1949)

Op25 juni 1949 vierde de Laura en Vereeniging haar 50-jarigjubileum. De feestelijkheden werden onder andere gehouden in het Hoofdkantoor in Eygelshoven, alwaar de directie een glas-in-loodraam kreeg aangeboden.

 

KrantenartikelJubileum >

Limburgs Dagblad 4 juni 1949


FILM: Duitstalige veiligheidsfilm zoals deze getoond werd op de mijn Laura. Titel: "Denk an deimen Kopf"


FILM: Duitstalige veiligheidsfilm zoals deze getoond werd op de mijn Laura. Titel: "Immer daran denken"

Even tijd voor veiligheid

De Nederlandse steenkolenmijnen waren in hun tijd een van de modernste en daarmee ook de veiligste steenkolenmijn van Europa. Er werden velerlei veiligheidsmaatregelen getroffen en ook deed men aan voorlichting. Links worden 2 veiligheidsfilms getoond, die bij de "Laura en Vereeniging" gedraaid werden, ter voorkoming van ongelukken. De films zijn Duitstalig en van Duitse makelij.

Steenberg

De steenberg van de mijn Laura lag ten westen van de mijn. Op de foto is de omvang van de steenberg goed te zien. Links van de steenberg zijn de schachten en schoorstenen van de mijn Laura te herkennen. Op de voorgrond de kolentrein die vanuit Schaesberg richting de Laura mijn te Eygelshoven puft.

Steenstort van de mijn Laura (Foto Rijckheyt)


FILM: Aanleg "Het Miljoenenlijntje" De Hopel


FILM: Aanleg "Het Miljoenenlijntje" Erenstein


FILM: Aanleg "Het Miljoenenlijntje" De Locht

Het "Miljoenenlijntje"

De spoorlijn Schaesberg - Simpelveld (bijgenaamd Miljoenenlijn) is een spoorlijn die de stations van Schaesberg/Landgraaf en Simpelveld in de Nederlandse provincie Limburg met elkaar verbindt. De lijn is gebruikt voor goederenvervoer en regulier personenvervoer. Vanaf 1988 is alleen het traject tussen de stations Landgraaf en Kerkrade Centrum nog in gebruik voor personenvervoer, het traject tussen Kerkrade Centrum en Simpelveld maakt sinds 1995 deel uit van een toeristische spoorlijn.

De aanleg begon in 1925 ten behoeve van het kolenvervoer van de steenkoolmijnen. De verantwoordelijke uitvoerder van het werk was Corstiaan van Herpen, medewerker van het Spoorwegbouwbedrijf te Utrecht, een dochteronderneming van de Nederlandsche Spoorwegen.

In Schaesberg sloot de geheel dubbelsporige Miljoenenlijn aan op het in 1896 geopende traject Sittard – Herzogenrath, en in Simpelveld op de in 1853 in gebruik genomen spoorlijn Aken - Maastricht. Het lijngedeelte Simpelveld – Spekholzerheide Domaniale Mijn, een zijtak van Aken – Maastricht, was al in gebruik sinds 16 april 1871 en is in de Miljoenenlijn opgenomen.

De bijnaam is ontleend aan de geschatte kosten per kilometer. Het 12,5 km lange traject heeft destijds ongeveer 12,5 miljoen gulden gekost. De voor die tijd hoge kosten werden veroorzaakt door het heuvellandschap dat bij de aanleg een grondverzet van 3,5 miljoen kubieke meter nodig maakte om tot aanvaardbare hellingen te komen.

De goederenspoorlijn kwam gereed in 1934. Pas vanaf 1949 werd de lijn ook voor personenvervoer gebruikt. In de Tweede Wereldoorlog werd het tweede spoor opgebroken. Na de oorlog werd de lijn enkelsporig hersteld. Sinds de sluiting van de Domaniale Mijn in 1969 was het goederenvervoer niet meer van betekenis. Van het grootste station aan de spoorlijn – Spekholzerheide (Kerkrade West) – waren de laatste jaren slechts nog de perronsporen in gebruik.